In situ hybridisatie (ISH)



In situ hybridisatie (vaak afgekort als ISH) is een gespecialiseerde laboratoriumtest die het mogelijk maakt pathologen om specifieke stukjes genetisch materiaal (DNA of RNA) direct in de cellen van een weefselmonster te detecteren. De term "in situ" betekent "op de oorspronkelijke plaats" en "hybridisatie" verwijst naar de manier waarop een probe (een klein stukje complementair genetisch materiaal) zich hecht aan de bijbehorende sequentie in de cel. Wanneer de probe zich bindt, is deze onder de microscoop zichtbaar als een gekleurd signaal. Dit stelt pathologen in staat om precies te zien welke cellen het gewenste genetische materiaal bevatten en waar in het weefsel het zich bevindt.

Waarom wordt in-situ-hybridisatie uitgevoerd?

Pathologen gebruiken in-situhybridisatie om belangrijke diagnostische vragen te beantwoorden, zoals:

  • Virussen detecteren: ISH kan viraal DNA of RNA in cellen vinden, wat helpt bij het bevestigen van infecties zoals humaan papillomavirus (HPV), Epstein-Barr-virus (EBV)of cytomegalovirus (CMV).

  • Op zoek naar genetische veranderingen bij kanker: ISH kan veranderingen in specifieke genen identificeren die de behandeling kunnen sturen. Het kan bijvoorbeeld testen of de HER2 gen wordt versterkt bij borst- of maagkanker, of specifieke chromosomale herschikkingen zijn aanwezig in lymfomen of sarcomen.

  • Prognose en behandeling: De aanwezigheid of afwezigheid van specifieke genetische signalen kan artsen helpen voorspellen hoe een tumor zich zal gedragen en of deze zal reageren op gerichte therapieën.

Hoe wordt in situ-hybridisatie gerapporteerd?

In uw pathologierapport worden de resultaten van in-situhybridisatie meestal beschreven als positief (het genetische materiaal werd gedetecteerd) of negatief (het werd niet gedetecteerd). Soms bevat het rapport meer gedetailleerde informatie, zoals of een gen is versterkt (aanwezig in extra kopieën), verwijderd (ontbrekend) of herschikt (veranderd in structuur). Pathologen kunnen ook aangeven of de afwijking in alle cellen is gevonden of slechts in een deel ervan.

Welke soorten in-situhybridisatie zijn er?

In uw rapport kunnen verschillende ISH-methoden worden vermeld:

  • Fluorescentie in situ hybridisatie (FISH): Maakt gebruik van fluorescerende signalen die oplichten onder een speciale microscoop. Dit wordt vaak gebruikt om chromosomale afwijkingen en genamplificaties op te sporen.

  • Chromogene in situ hybridisatie (CISH): Produceert gekleurde signalen die zichtbaar zijn met een standaardmicroscoop. Deze methode wordt vaak gebruikt in routinematige pathologielaboratoria.

  • RNA in situ hybridisatie: Detecteert messenger-RNA (mRNA) om aan te geven of een gen actief tot expressie komt in cellen.

Waarom is in-situhybridisatie belangrijk?

In-situhybridisatie levert zeer specifieke informatie op die niet zichtbaar is met routinematige kleuringen. Het stelt pathologen in staat infecties te bevestigen, genetische afwijkingen te identificeren en behandelbeslissingen te nemen. Een positieve HER2 ISH-uitslag bij borstkanker kan bijvoorbeeld betekenen dat de kanker behandeld kan worden met HER2-gerichte therapie. Evenzo kan het vinden van EBV via ISH in een tumor de diagnose bevestigen. nasofarynxcarcinoom.

Vragen om aan uw arts te stellen

  • Waarom is in-situhybridisatie op mijn monster uitgevoerd?

  • Naar welk virus, gen of genetische verandering zocht de test?

  • Wat betekenen de uitslagen (positief, negatief, versterkt, verwijderd of herschikt) voor mijn diagnose?

  • Hebben deze resultaten invloed op mijn behandelingsopties?

  • Zijn er aanvullende tests die ik op basis van deze uitslag moet ondergaan?

A+ A A-