In een pathologierapport wordt de term niet-invasieve betekent dat een tumor of abnormale groei zich niet heeft verspreid naar de omliggende weefsels. De abnormale cellen zijn beperkt tot de oorspronkelijke weefsellaag waar ze begonnen. Deze term wordt meestal gebruikt om kanker in een vroeg stadium of voorstadia van kanker te beschrijven, maar is ook van toepassing op alle goedaardig (niet-kankerachtige) tumoren, die per definitie niet binnenvallen nabijgelegen weefsels.
Sommige niet-invasieve tumoren bestaan uit cellen die er onder de microscoop kankerachtig uitzien, maar zolang die cellen beperkt blijven tot de oppervlaktelaag en niet dieper weefsel zijn binnengedrongen, wordt de tumor nog steeds als niet-invasief beschouwd. Bijvoorbeeld, een diagnose van carcinoom in situ betekent dat de tumor kanker is, maar nog niet is uitgezaaid naar omliggend weefsel.
Het is belangrijk om te weten of een tumor niet-invasief is, omdat artsen zo kunnen bepalen hoe groot de kans is dat de tumor zich verspreidt of schade veroorzaakt, en welke behandeling nodig is.
Nee. Per definitie zijn niet-invasieve tumoren kan zich niet verspreiden naar andere delen van het lichaam. De abnormale cellen zijn beperkt tot één gebied en hebben niet de mogelijkheid gekregen om binnenvallen or uitzaaienIn sommige gevallen kan een niet-invasieve tumor zich echter na verloop van tijd ontwikkelen tot een invasieve tumor als deze niet op de juiste manier wordt behandeld of gecontroleerd.
Ja. Een tumor kan bestaan uit kwaadaardig (kanker)cellen, maar worden nog steeds als niet-invasief beschouwd als die cellen zich nog niet in het omliggende weefsel hebben verspreid. Deze tumoren worden vaak beschreven als carcinoma in situ of intra-epitheliaal carcinoom, afhankelijk van de locatie. Indien onbehandeld, kunnen sommige van deze tumoren uiteindelijk invasief worden en zich naar andere delen van het lichaam verspreiden.
Hier zijn enkele veelvoorkomende voorbeelden van niet-invasieve kankers en kwaadaardige tumoren in een vroeg stadium:
Ductaal carcinoom in situ (DCIS) – Een niet-invasieve vorm van borstkanker waarbij de kankercellen zich in de melkklieren bevinden, maar zich niet naar het omliggende borstweefsel hebben verspreid.
Lobulair carcinoom in situ (LCIS) – Een aandoening in de borst waarbij abnormale cellen worden aangetroffen in de lobben (melkklieren). Hoewel LCIS geen kanker is, wordt het beschouwd als een marker voor een verhoogd risico op het ontwikkelen van invasieve borstkanker.
Adenocarcinoom in situ van de baarmoederhals – Een niet-invasieve vorm van baarmoederhalskanker waarbij abnormale kliercellen alleen op het oppervlak van de baarmoederhals aanwezig zijn.
Urotheelcarcinoom in situ van de blaas – Een blaaskanker in een vroeg stadium waarbij zich abnormale cellen op de binnenwand van de blaas bevinden, maar de spierwand nog niet is binnengedrongen.
Adenocarcinoom in situ van de long – Een niet-invasieve vorm van longkanker waarbij abnormale cellen de kleine luchtzakjes (alveoli) bekleden zonder dat ze het diepere longweefsel aantasten.
Melanoom in situ – Een vroeg stadium van melanoom waarbij abnormale pigmentproducerende cellen (melanocyten) beperkt zijn tot de buitenste laag van de huid (opperhuid).
Niet-invasief papillair urotheelcarcinoom – Blaaskanker waarbij tumorcellen vingervormige uitsteeksels (papillen) vormen die zich beperken tot de binnenwand van de blaas. Deze tumoren kunnen laaggradig of hooggradig zijn. Hooggradige tumoren hebben een groter risico om na verloop van tijd invasief te worden.
Plaveiselcelcarcinoom in situ van de huid (ziekte van Bowen) – Een niet-invasieve huidkanker waarbij abnormale plaveiselcellen alleen in de opperhuid worden gevonden en zich niet naar de diepere huidlagen hebben verspreid.
Is mijn tumor invasief of niet-invasief?
Wat betekent dat voor mijn behandelplan?
Bestaat er een risico dat de tumor in de toekomst invasief wordt?
Hoe vaak heb ik vervolgonderzoek of monitoring nodig?
Zijn er behandelingsmogelijkheden om progressie te voorkomen?