Wat is een Pap-test?



A Pap-test (ook wel een uitstrijkje genoemd) is een eenvoudige screeningstest die wordt gebruikt om abnormale cellen in het slijmvlies van de baarmoederhals of het anale kanaal op te sporen. Deze gebieden worden bekleed door plaveiselcellen, die in de loop van de tijd veranderingen kunnen ontwikkelen die tot kanker kunnen leiden als ze niet vroegtijdig worden ontdekt en behandeld. Het belangrijkste doel van de Pap-test is het opsporen van precancereuze veranderingen (ook wel dysplasie), maar het kan ook infecties, ontstekingen of, in sommige gevallen, tekenen van kanker opsporen. De Pap-test is vernoemd naar Dr. George Papanicolaou, die de techniek ontwikkelde.

Uitstrijkjes worden meestal uitgevoerd op de baarmoederhals, maar kunnen bij bepaalde mensen ook op het anale kanaal worden gedaan, met name bij mensen met een hoger risico op anuskanker. Op beide locaties worden cellen van het weefseloppervlak verzameld en onder een microscoop onderzocht.

Waarom wordt een Pap-test uitgevoerd?

De Pap-test wordt gebruikt om vroegtijdige celveranderingen op te sporen die kunnen uitgroeien tot baarmoederhals- of anuskanker. Deze veranderingen worden vaak veroorzaakt door een infectie met de humaan papillomavirus (HPV), een veelvoorkomend virus dat zich verspreidt via huid-op-huidcontact of seksueel contact. De test kan ook tekenen van infectie, ontsteking of hormonale veranderingen in het weefsel identificeren.

Hoe wordt een uitstrijkje uitgevoerd?

Een Pap-test is een snelle procedure die bij een arts of kliniek wordt uitgevoerd.

Voor een uitstrijkje van de baarmoederhals:

  1. U ligt op een onderzoekstafel.

  2. Een speculum wordt voorzichtig in de vagina ingebracht, zodat de arts de baarmoederhals kan bekijken.

  3. Met behulp van een klein borsteltje of spatel worden cellen van het oppervlak van de baarmoederhals verzameld.

Voor een anale Pap-test:

  1. Een met glijmiddel bevochtigd wattenstaafje of borsteltje wordt voorzichtig in het anale kanaal gebracht.

  2. Cellen worden verzameld door het borsteltje te draaien en vervolgens naar een laboratorium gestuurd voor analyse.

Het hele proces duurt slechts enkele minuten en kan kortstondig ongemak veroorzaken, maar is over het algemeen niet pijnlijk.

Wie moet een uitstrijkje krijgen?

Voor baarmoederhalskankeronderzoek bevelen richtlijnen het volgende aan:

  • Leeftijden 21 tot 29: Pap-test elke 3 jaar.

  • Leeftijden 30 tot 65: Pap-test elke 3 jaar, of elke 5 jaar in combinatie met HPV-test.

  • Na de leeftijd van 65 jaar: Als eerdere uitslagen altijd normaal waren, kan de screening worden stopgezet.

  • Na hysterectomie: Mogelijk heeft u geen uitstrijkje meer nodig als de baarmoederhals is verwijderd en u geen voorgeschiedenis van baarmoederhalskanker of een voorstadium daarvan heeft.

Een uitstrijkje van de anus kan worden aanbevolen voor personen met een hoger risico op anuskanker, waaronder:

  • Mensen die met HIV leven.

  • Mannen die seks hebben met mannen.

  • Personen met een voorgeschiedenis van baarmoederhals-, vulva- of vaginakanker.

  • Degenen die zich bezighouden met receptieve anale seks.

  • Mensen met een verzwakt immuunsysteem.

Uw arts kan u helpen beslissen of u een uitstrijkje nodig hebt: een baarmoederhals-, anale of beide soorten.

Wat zijn de mogelijke uitslagen van een uitstrijkje?

De resultaten van de uitstrijkjes zijn gebaseerd op de celtypen die onder de microscoop zichtbaar zijn en of er afwijkingen aanwezig zijn. Elke uitslag geeft belangrijke informatie over uw risico op baarmoederhalskanker of anuskanker en helpt bij de volgende stappen in uw behandeling.

Veelvoorkomende resultaten zijn:

  • Negatief voor intra-epitheliale laesie of maligniteit (NILM): Dit betekent dat er geen afwijkende of kankercellen zijn gevonden. Uw uitslag wordt als normaal beschouwd en u kunt de routinematige screening voortzetten zoals aanbevolen.

  • ASC-US (atypische plaveiselcellen van onbepaalde betekenis): Sommige plaveiselcellen lijken licht afwijkend, maar het is onduidelijk wat de oorzaak van de veranderingen is. Deze resultaten worden vaak veroorzaakt door een tijdelijke HPV-infectie of -ontsteking. Uw arts kan een HPV-test of een vervolguitstrijkje over een paar maanden aanbevelen.

  • LSIL (Laaggradige plaveiselcel intra-epitheliale laesie): Dit betekent dat er lichte veranderingen in de plaveiselcellen optreden, meestal veroorzaakt door een HPV-infectie. In veel gevallen verdwijnen deze veranderingen vanzelf, maar uw arts kan u adviseren om uw kind nauwlettender te controleren of aanvullend onderzoek te laten doen.

  • HSIL (hooggradige plaveiselcel intra-epitheliale laesie): Deze uitslag toont ernstigere afwijkingen in de plaveiselcellen. Zonder behandeling is de kans groter dat deze veranderingen zich ontwikkelen tot kanker. Uw arts zal waarschijnlijk verder onderzoek aanbevelen, zoals een colposcopie en biopsie.

  • AGC (Atypische Glandulaire Cellen): Er werden afwijkingen gezien in de kliercellen, die verschillen van plaveiselcellen en hoger in de baarmoederhals of in de baarmoeder voorkomen. Deze veranderingen kunnen verband houden met een voorstadium van kanker en vereisen meestal aanvullend onderzoek om de oorzaak te achterhalen.

  • Plaveiselcelcarcinoom: Er werden kankercellen gevonden die zich ontwikkelden uit plaveiselcelcarcinoom. Dit betekent dat er mogelijk sprake is van invasief plaveiselcelcarcinoom en dat onmiddellijke follow-up noodzakelijk is.

  • Adenocarcinoom: Er werden kankercellen gevonden die zich ontwikkelden uit kliercellen, zoals die welke de baarmoederhals of baarmoeder bekleden. Deze diagnose vereist ook snelle follow-up en verder onderzoek.

Uw arts zal de uitslag van uw uitstrijkje met u bespreken en adviseren welke vervolgstappen het beste bij uw persoonlijke situatie passen.

Vragen om aan uw arts te stellen

  • Wat heeft mijn uitstrijkje aangetoond?

  • Heb ik vervolgonderzoek of -behandeling nodig?

  • Moet ik mij laten testen op HPV?

  • Hoe vaak moet ik een uitstrijkje laten maken, gezien mijn leeftijd en medische voorgeschiedenis?

  • Welke stappen kan ik nemen om mijn risico op HPV-gerelateerde ziekten te verkleinen?
A+ A A-